|

Wie
zijn de Cultural Creatives?
Ben jij een Cultural Creative?
De tienduizend spiegels
Wie
zijn de Cultural Creatives?
Er is een op dit moment een grote groep mensen bezig een nieuwe cultuur te creëren.
Paul Ray en Sherry Ruth Anderson beschrijven dit proces in een baanbrekende
studie: The Cultural Creatives, How 50 million People are Changing the World.
*
Ze laten zien hoe miljoenen optimistische, altruïstische vrouwen en mannen vorm
geven aan een nieuwe levensstijl, gebaseerd op ecologische principes,
vrouwelijke waarden, relaties, vrede, zelfverwerkelijking en expressie. In 1960
bestond deze groep uit slechts 5% van de Amerikaanse bevolking; in 2002 blijkt
dat 26% te zijn. Het boek is een waardenonderzoek, een rijke en meerdimensionale
beschrijving met veel mooie portretten van bijzondere mensen en ook prachtige
verhalen.
Met groeiend enthousiasme lezend, bekroop mij het gevoel dat veel hooggevoelige
mensen en ook veel Nederlanders zich bij de Cultural Creatives thuis zullen
voelen. De geïnterviewden uit het boek zijn gewone mensen die bepaalde
waarden, een wereldbeeld en tot op zekere hoogte een leefstijl delen. Ze maken
grote omschakelingen mee, een proces van eigen waarheid ontdekken. Daardoor
ontwikkelen ze waarden als volhardendheid, wantrouwen met betrekking tot hypes,
zelfreflectie, natuurlijke openheid, authenticiteit. Ze worden echt een ander
mens en gaan een nieuw leven leiden.
Je vindt Cultural Creatives door alle categorieën heen. Ze vormen demografisch
gezien geen homogene groep. Vroeger was je in de Verenigde Staten modern of
conservatief. De Cultural Creatives vormen een derde subcultuur, ware het niet
dat ze zichzelf niet zien als een groep. Ze denken allemaal dat ze maar met
weinig zijn, hoogstens 10%. Ze hebben geen wij-gevoel, geen collectieve
identiteit. Dat komt doordat ze hun waarden niet weerspiegeld zien in werk,
politiek of media: daar worden ze als soft beschouwd. Wat immers vooral in de
dominante cultuur weerspiegeld wordt, is hype, ambitie, narcisme en
materialisme. Ondertussen doen ze min of meer onopvallend datgene wat zij als
hun roeping zijn gaan beschouwen.
Het Grote Onbekende
Een van de redenen waarom het boek mij zo boeit is dat het mij de betekenis laat
zien van de fase waarin de wereld, de natuur en ook mijn eigen leven verkeert.
Het is een tijd van grote transformatie, waarin de oude vertrouwde wegwijzers en
inwijdingsrituelen zijn weggevallen. De meeste mensen zijn voor dit pad volkomen
op zichzelf aangewezen. Door een crisis komen ze tot het besluit dat hun oude
banden verbroken dienen te worden zonder dat er al nieuwe in zicht zijn. Met de
moed der wanhoop betreden ze het gebied van het grote onbekende, de duistere
nacht van de ziel. Dit is een proces dat jaren kan duren. Gaandeweg ontdekken ze
gelukkig dat er toch wel wegwijzers en lichtbakens op hun pad zijn; die zien ze
echter pas wanneer ze zelf zijn gaan veranderen. Als ze uiteindelijk door de
transformatiefase heen zijn, spoelen ze als het ware aan op het strand van een
nieuw onbewoond land, waar ze de codes nog van moeten gaan ontdekken.
Langzamerhand ontdekken ze een levensstijl die past bij hun veranderde zelf.
Tegelijkertijd merken ze dat ze een leraar blijken te zijn voor degenen die na
hen komen.
Waar zijn de zestigers gebleven?
Dit transformatieproces speelt zich niet alleen af op het microniveau van de
persoonlijkheid, maar ook op meso- en macroniveau. Men heeft zich vaak
afgevraagd waar al die activisten uit de zestiger en zeventiger jaren gebleven
zijn. Velen zijn geen yuppies geworden, zoals wel beweerd wordt, maar zijn in
lokale groepen dichter bij huis aan de slag gegaan en waren daardoor minder
zichtbaar voor de media. Er ontstond bijvoorbeeld een diversiteit aan
vrouwenexpressie in poëzie, muziek, literatuur en spiritualiteit. Vrouwen
werden actief op alle terreinen in de samenleving, in de hulpverlening, binnen
de kerken, in de politiek. Een groot aantal van hen schakelde over van de
politiek naar een leven dichter bij de natuur, ze begonnen rituelen te creëren.
Dit bleef echter onbekend voor het grote publiek.
Een deel van de politieke aspiraties werd overgenomen door de bovenstroming.
Sommige doelen van de activisten werden deels of helemaal bereikt, zoals
rassenintegratie op scholen, het einde van de Vietnam oorlog, gedeeltelijke
ontwapening, vrouwenemancipatie, invloed van de milieubeweging op de industrie.
Maar de Cultural Creatives houden nog steeds de vinger aan de pols: denk maar
aan Greenpeace.
De nieuwe sociale bewegingen hebben in de Verenigde Staten een nationale
mentaliteitsverandering teweeggebracht, ze hebben de heersende sociale codes op
zijn kop gezet. Ze hebben het overtuigingensysteem van een cultuur dramatisch
veranderd. Zo wijst antropologisch onderzoek uit dat op dit moment 85% van de
Amerikanen het eens is over de volgende waarden: de natuur is heilig en is
verbonden met religieuze idealen, we hebben een verantwoordelijkheid voor de
natuur met betrekking tot onze nakomelingen, de biosfeer heeft een intrinsieke
waarde.
De activisten uit de zestiger en zeventiger jaren blijken nog wel degelijk
aanwezig te zijn; ze zien er echter heel anders uit dan toen, want ze hebben een
totale transformatie ondergaan. Een van de belangrijke veranderingen is de
plaats die spiritualiteit en geweldloosheid inneemt in de dagelijkse
levenspraktijk van de kerngroep van de Cultural Creatives. Deze waarden worden
weerspiegeld in hun werk en in de organisaties die ze oprichten. Er is inmiddels
geen gebied meer waar dit niet gebeurt. Zelfs in het bedrijfsleven is bewust en
ethisch ondernemerschap op dit moment een belangrijk thema. De Cultural
Creatives blijken een enorme invloed op onze maatschappij en ons wereldbeeld te
hebben.
Alles bij elkaar genomen is The Cultural
Creatives een inspirerend, hoopvol, bemoedigend boek waarvan ik alleen maar kan
zeggen: Lezen!
Ben
jij een cultural creative?
Ray en Anderson noemen een aantal kenmerken die gelden voor de Amerikaanse
situatie; sommige kunnen in Nederland net even anders liggen. Zoals in veel
Amerikaanse boeken gebeurt, vind je ook bij hen een test die uitwijst of je
‘erbij hoort’ of niet. Volgens de schrijvers hen hoor je tot deze subcultuur
als je jezelf herkent in tien of meer van de volgende kenmerken:
- Je houdt van de natuur houdt en bent diep
begaan met haar verwoesting.
- Je bent je sterk bewust van de problemen van
de hele planeet (broeikaseffect, overbevolking, gebrek aan ecologische
duurzaamheid, uitbuiting van mensen in arme landen) en wilt daar een meer
gerichte aanpak op zien, zoals beperking van de economische groei.
- Je bent bereid om meer belasting te betalen
voor consumptiegoederen mits je weet dat het geld gebruikt wordt om het
milieu te zuiveren en het broeikaseffect te stoppen.
- Je hecht veel belang aan het ontwikkelen en
onderhouden van je relaties.
- Je hecht veel waarde aan het helpen van
andere mensen en het naar buiten brengen van hun speciale gaven.
- Je doet vrijwilligerswerk voor een of meer
goede doelen.
- Je bent intens bezig met zowel je
psychologische als je spirituele ontwikkeling.
- Je vindt spiritualiteit of religie
belangrijk in je leven, maar bent bezorgd over de rol van Religieus Rechts
in de politiek.
- Je wilt meer gelijkheid voor vrouwen in
werksituaties en meer vrouwelijke leiders in zaken en politiek die begaan
zijn met geweld tegen en misbruik van vrouwen en kinderen over de hele
wereld.
- Je wilt dat politiek en regering meer
aandacht besteden aan de opleiding en het welzijn van kinderen, op het
heropbouwen van buurten en gemeenschappen en op het creëren van een
ecologisch duurzame toekomst.
- Je bent ongelukkig bent met zowel de rechtse
als de linkse politiek en wilt een nieuwe weg vinden die niet het grauwe
midden is.
- Je bent redelijk optimistisch over onze
toekomst en wantrouwt de cynische en pessimistische blik van de media.
- Je wilt betrokken zijn bij het creëren van
een nieuwe en betere levenswijze en bent bezorgd over wat de grote bedrijven
doen om hun winsten te vergroten: naar beneden halen, creëren van
milieuproblemen en uitbuiten van arme landen.
- Je hebt je financiën en uitgaven onder
controle en bent niet bezig bent met overconsumeren in weerwil van de nadruk
die de moderne cultuur legt op succes, ‘het maken’, kopen en besteden,
weelde en luxegoederen.
- Je houdt van mensen en plaatsen die exotisch
en anders zijn en wilt graag andere manieren van leven leren kennen en
ervaren.
Tot slot een Japanse legende die in het boek is
opgenomen:
De tienduizend spiegels
Tegenwoordig kan niemand zich meer de tijd herinneren dat Amaterasu Omikami, de
grote Moeder Zon, zich diep in de hemelgrot verborg en weigerde, er uit te
komen. Maar hen die het verhaal kennen, herinnert iedere spiegel er aan dat er
eens een tijd is geweest waarin alle geesten van levende dingen samen moesten
komen om het leven terug op aarde te brengen.
Lang, heel lang geleden, werd de geest van ieder levend ding zijn kami genoemd.
De kami van de berg was lila en lang. De kami van bomen was groot en groen. De
kami van dieren was zo zacht als zij. De kami van rotsen en rivieren was stil
als de maan. Al de kracht van deze kami kwam van Amaterasu Omikami en tot haar
eer was het grote patroon van de seizoenen van zaaien en oogsten geweven.
Op een dag gebeurde het dat Amaterasu Omikami tot diepe wanhoop werd gebracht
door de daden van haar jaloerse broer Susanowo. Sommigen zeggen dat hij de grote
Godin verraadde door met zijn dronken kop door de rijstvelden te razen totdat
iedere plant in ieder bed was gebroken en stierf. Anderen herinneren er aan dat
Susanowo een kalf door de ramen van het hemelse weefhuis smeet, de weefgetouwen
kapottrapte en de heilige draden die alle levende dingen verbonden, brak. Maar
hoewel de een dit zegt en de ander dat, iedereen is het er over eens wat er
daarna gebeurde.
Amaterasu Omikami vluchtte naar de hemelgrot en sloot zichzelf op. Zonder haar
licht werden alle rijken van hemel en aarde in de duisternis gestort. De kami
van de rijst verwelkte. De kami van vogels, zoogdieren, bergen, bomen en vissen
veranderden in zwakke grijze schimmen. De aarde en alles wat er op leefde, begon
te sterven.
Uiteindelijk, en niet al te snel, kwamen de kami bij elkaar om te beraadslagen
wat ze zouden doen. We moeten treuren en huilen bij haar grot, zei de een. Dat
zal nooit werken, zeiden anderen. Wie wil er nou komen bij een menigte die
treurt en huilt? Laten we een viering houden met liederen waardoor we gaan
lachen en met muziek die onze voeten laat trappelen. En laten we dansen met veel
gestamp en gezwier. Dat zal vast de Grote Zon uit haar grot lokken.
Iedereen stemde in, maar ze besloten dat er nog iets nodig was: een enorme
spiegel. ‘Als we de straling van Amaterasu naar haar terugkaatsen’, zeiden
ze tegen elkaar, ‘zal dat haar hart raken en zal ze zich ons herinneren.
Misschien zal ze dan terugkeren naar de Cirkel van het Leven.
Maar zodra ze aan de noodzaak van een grote spiegel dachten, zakte hun de moed
in de schoenen omdat niemand ven hen de kracht had om zo’n grote spiegel op te
tillen. Toen fluisterde iemand met zo’n zwak stemmetje dat het nauwelijks
hoorbaar was: ‘Laten we allemaal een klein stukje spiegel meebrengen en tussen
onze kleren verbergen. Zo gauw Amaterasu uit haar grot komt, houden we al onze
scherven tegelijkertijd omhoog – en onze tienduizenden scherven zullen samen
één grote spiegel vormen’.
En dat is precies wat ze deden. De eerstvolgende dag verzamelden alle kami van
de wereld zich bij de hemelgrot en begonnen langzaam, bijna onhoorbaar te
zingen. Na een tijdje reikten hun stemmen hoog en rijk de nacht in. Maar zelfs
terwijl de kami op hun drums hun onweerstaanbare ritmes trommelden, en zelfs
terwijl hun voeten stampten en trappelden in schitterende wervelende dansen,
vergat niemand de poort van de hemelgrot in de gaten te houden. Tenslotte, heel
laat in de avond, kraakte de poort open en glipte een enkele lichtstraal naar
buiten. Onmiddellijk hieven de kami de scherven van hun spiegels in de richting
van Amaterasu’s straling.
De godin snakte naar adem van verbazing. Geboeid zette ze een stap vooruit. En
nog een. Al gauw stond ze helemaal buiten de grot. Lachend en in haar handen
klappend bij het zien hoe ze weerkaatst werd in zoveel duizenden en duizenden
vormen, danste de Grote Moeder Zon haar schuilplaats uit naar de wijde blauwe
hemel.
En opnieuw werden de kami van de bergen lila en lang. De kami van de bomen werd
weer groot en groen. De zoogdieren kregen weer een kami, zacht als zijde. De
kami van rotsen, rivieren, vissen en bloemen kregen hun kracht weer terug van de
Grote Moeder Zon. En tot haar eer werd weer opnieuw het patroon van de seizoenen
van zaaien en oogsten geweven. En zo is het tot op de dag van vandaag! **
* Three Rivers Press, New York 2000, ISBN
0-609-80845-1
** Dit verhaal is afkomstig uit The
Cultural Creatives van Paul H. Ray en Sherry Ruth Anderson, (New York: Three
Rivers Press, 2002). Zij hebben het ontleend aan Godess: A Celebration in Art
and Literature van Jalaja Bonheim (New York: Steward, Tabori and Shang,
1997) en The Storyteller’s Goddess van Carolyn McVickar Edwards, San
Francisco: HarperCollins 1991). Het is gebaseerd op achttiendeeeuwse Japanse
Shinto en Boeddhistische teksten.
|